Het afgelopen decennium was internet het domein van Frank Meeuwsen. Hij was onder meer geboeid door de manier waarop online mensen bij elkaar gebracht werden. Daar komt nu een dimensie bij. Met ‘the internet of things’ komen nu ook apparaten online. Ze zijn verbonden met het web en met elkaar. Internet als hub van fysieke voorwerpen.
Op internet speelt het open source gedachtengoed een grote rol. Mensen maken samen software en geven anderen de mogelijkheid om daarop verder te bouwen en voort te borduren. Dat idee uit de software heeft de afgelopen jaren ook postgevat in de hardware. Bijvoorbeeld bij 3D-printers, de steeds goedkoper wordende apparaten waarmee je driedimensionale voorwerpen kunt printen. Je kunt maken wat je kunt bedenken, of produceren wat je nodig hebt. Tot onderdelen van een kinderwagen aan toe.
Een boeiende ontwikkeling volgens Frank Meeuwsen, die zorgt voor levendige scenes en communities van mensen die bedenken, bouwen en beschikbaar stellen. Voor een inkijkje in die wereld is de eerste Nederlandse editie van de zogenoemde Makerfare een aanrader die op 8 oktober in groningen wordt gehouden. Een #fmtessential. Bekijk hier een verzameling waardevolle links van Frank over dit onderwerp.














Het boek ‘Makers” van Cory Doctorow sluit goed aan bij dit onderwerp en laat zien wat er allemaal mogelijk is als je dit soort ontwikkelingen helemaal doorzet. Open-source, 3D printing, vrij-staat
http://www.goodreads.com/book/show/7842177-makers
Thomas, klopt. Een erg interessant boek! En gratis te downloaden en te verspreiden!
dat laatste wist ik dan weer niet maar past wel prima bij de filosofie van het boek!
Hai Frank, mooi dat je hiermee doorgaat. Groningen gaat mij deze keer niet lukken, maar ik zal de volgende MakerFair er zeker bij zijn. Blijf je volgen.
Leuk, dank je wel!
Hi Frank,
even professor zuurbekje spelen. 3d printers zijn eigenlijk veredelde pasta machines: z.g. extruders. Je kunt er (nu) eigenlijk alleen dingen van maken die je van plastic pasta o.i.d kunt maken die na afkoelen dan een vaste vorm aanneemt. Ingewikkelde italiaanse pasta zou in theorie ook moeten kunnen trouwens als je de schelpje en vlindertjes zat bent, en mensen zijn bezig met met het printen van menselijk weefsel uit een pasta van cellen op een matrix die zich dan min of meer spontaan differentieeren. Ook metaal onder hoge druk of vloeibaar glas laat zich extruden. Maar je kunt de meeste dingen nu eenmaal niet in zijn geheel van een uniforme pasta maken. De meeste industrieel vervaardigde producten hebben een veelheid van materialen nodig die worden bewerkt bij hoge en soms lage temperaturen, hoge druk of chemisch worden gemaakt uit toxische halffabrikaten die volgens een zorgvuldig gecontroleerd proces onder hoge druk en temperatuur reageren. Inderdaad kun je de buitenkant van je i-phone net zo goed als de aluminium kozijnen extruden. Maar het is echt niet in hetzelfde apparaat want heet aluminium onder tonnen druk vraagt nu eenmaal andere engineering keuzes dan warm kunsthars. Daarom ben ik sceptisch over de mogelijkheden van low cost 3d printers voor de masses. Je kunt je al beter voor stellen je een design kunt laten maken op (geeltelijk) die 3d print manier volgens een specificatie, en dat je door die specificatie te delen en verbeteren tot interessante resultaten kunt komen. Mensen doen dat met computer chips die je in Verilog kunt “programmeren/specificeren” en er zijn inderdaad werkende open source processor kernen. Maar ze zijn (nog?) wat pover in vergelijking met zeg een ARM kern.
Software daarentegen is de ultime cottage industrie. De benodigde technologie voor software ontwikkeling is goedkoop: de hardware is goedkoop en compilers en andere ontwikkelings software zijn op grote schaal (open source!) voorhanden en behoren tot het beste wat er op de markt te vinden is. Daar is een goede reden voor: Het ontwikkelen van software is zeer arbeidsintensief en peperduur, maar het kost helemaal niets wezenlijk extra om er extra kopieen van te maken en het door anderen te laten gebruiken. Als je maar een paar anderen zo ver krijgt om jou software te verbeteren of meer waard te maken dan kan het uit. Dat verondersteld wel dat er is weinig concurentie voordeel te halen is met het controleren van die software, en veel met het zoveel mogelijk software laten ontwikkelen. Dan is het delen van de kosten door gezamelijke ontwikkeling en standaardisatie
veel sneller economisch haalbaar en kan de natuurlijke neiging om concurentie voordeel te zoeken overbruggen. Dat voert loglscher wijze tot drie modellen: voor de software die iedereen nodig heeft een monopolie, voor de software die iedereen nodig heeft open source software met een grotere of kleinere markt voor een add ons die concurentie voordeel opleveren (en dus is de open source grotendeels infrastructureel), en voor de zeer grote markt van niche producten een veelheid van aanbieders die gebruik maken van infrastructuur van de monopolist en wat ze kunnen gebruiken aan open source.
Ik ben er niet overtuigd dat de economy of scale ook zo werkt bij het maken van producten en ik denk niet dat de “tinkerer” dat kan overbruggen.
[...] meer. Wat ik verder vooral zie voor 2012 is een verdere ontwikkeling en groei op het gebied van Open Source Hardware en DIY Electronics. Met alle ontwikkelingen rondom het Quantified Self zien we dat mensen zelf producten gaan maken, [...]