Donderdagmiddag. Mijn tijdlijn wordt gevuld met berichten over een ontploffing in Amsterdam. Omwonenden horen een knal, passanten plaatsen foto’s van een woonboot in puin. Het nieuws is live te volgen. Het verslag wordt gedaan door het publiek.

Die ontwikkeling is natuurlijk al een paar jaar aan de gang, sinds de opkomst van Twitter, maar wordt deze donderdag mooi letterlijk geĆÆllustreerd.

De Amsterdamse zender AT5 heeft een prachtige mobiele set waarmee de omroep rechtstreeks beelden kan uitzenden. Dat doen ze veel en vaak. Gedurende de dag zie je een verslaggever door de stad rijden en verhalen verzamelen. Dat levert mooi materiaal op.

Ook op deze donderdagmiddag gaat een verslaggever op pad. Het bericht van de ontploffing komt binnen en de motor wordt gestart. Terwijl de live tweets en foto’s thuis op de laptop blijven binnenstromen, is te zien hoe AT5 de hele stad moet doorkruisen om de plek van het nieuws te bereiken. Thuis komen de verhalen van oogetuigen binnen, op de livestream zie je AT5 in de file en voor een rood stoplicht. Uit ver West naar Centrum en bij druk verkeer, dat duurt een eeuwigheid. We zijn er live bij in de auto. We horen het knarsen van de tanden van de verslaggever bijna.

AT5 symboliseert deze donderdagmiddag hoe de journalistiek bij live nieuws, ‘as it happens’, het nakijken heeft. Waar thuis via Twtter al lang te zien is wat er gebeurt, is de verslaggever nog geruime tijd onderweg.

Dat is het gegeven in deze tijd van het realtime web waarin we altijd en overal met alles en iedereen in contact kunnen staan. Er is altijd iemand met een telefoon, een mobiele zender, in de buurt.

Maar heeft de journalistiek dan geen rol meer?

Ja natuurlijk wel. Want naast die aanvankelijke stroom ooggetuigeverslagen (waarvan ik zou willen dat die meer in de verslaggeving verwerkt werd, de combinatie van de kracht van beiden) willen we de feiten. Wat is er precies gebeurd? Zijn er gewonden? Hoe groot is de schade? Was de ontploffing te voorkomen geweest? Etcetera, etcetera. Daarmee maakt de journalistiek het verhaal rond, vult het de gaten of geeft het de context die het toekijkende publiek minder snel zal bieden. En als het nieuwsfeit over is, heeft de burger met zijn mobiel geen interesse of belang meer. Dan is het aan de journalistiek om op te volgen.

Maar op het moment van een brand, een ongeluk, een schietpartij of een ontploffing zelf, vertelt een zoekopdracht op de term #ontploffing me meer dan een rondje langs de (lokale) nieuwssites.

PS Eerst luidde de kop ‘Hoe de journalistiek bij hard nieuws het nakijken heeft’. Eric Smit merkte terecht op dat ‘live nieuws’ een betere omschrijving is, want hard nieuws is het natuurlijk ook als na gedegen onderzoek onthullingen worden gedaan.