Jeroen van Erp, eerder te gast in Top Names, is creatief directeur van multidisciplinair designbureau Fabrique. In een column die eerder verscheen in Vormberichten van de BNO (brancheorganisatie van ontwerpers) maakt hij zich boos. En hij had zich nog wel zo voorgenomen niet te klagen …

Ooit heb ik me voorgenomen om in columns niet te gaan lopen mopperen. Dat gaat nu mis en dat zit zo. Een aantal weken geleden plofte de Volkskrant op de mat. Op de cover van het VK Magazine stond: het grote designnummer. Fijn, dacht ik, eindelijk een keer een uiteenzetting van wat er gaande is op het gebied van design, vanuit een visie, een kritische blik, de confrontatie niet schuwend en natuurlijk goed onderbouwd door feiten. Ik vond het magazine bij de eerste aanblik best dun in relatie tot de belofte op de voorzijde, maar soit, je kunt je ook beperken tot de grote lijnen. Onwillekeurig legde ik ook een relatie met de conferentie What Design Can Do de week erna in de Stadsschouwburg. Keurig getimed, dacht ik nog.

VT Wonen anno 1960

Bij een eerste bladersessie met de cappuccino in de hand, sloeg de twijfel onmiddellijk toe. Het hoofdartikel, een interview met Friso Kramer besloeg 6 pagina’s. Aardig interview, maar niet heel erg hoogdravend, laat staan kritisch. Ik begon nattigheid te voelen. Ik ging er even goed voor zitten en begon het magazine minutieus door te bladeren. Ik telde 15 pagina’s met bij elkaar geraapte producten waarbij ik het sterke vermoeden kreeg dat het advertorial gehalte niet gering was. Naast een rapportage over een bezoek aan het restaurant van Piet Hein Eek en 3 fotoreportages over ‘bijzondere’ interieurs bleek dit het te zijn. Ik was flabbergasted. Het ging over meubeltjes en lampen op het niveau van VT Wonen in de jaren 60. Niets over ontwikkelingen als social design, service design, of ontwikkelingen op het gebied van digital design. Het was schokkend mager, beschamend en misleidend. Ik kon het niet laten om er een venijnig tweetje aan te wijden dat overigens gretig geretweet werd. De Volkskrant gaf niet thuis. Logisch.

Creatieve klasse

Ruim een week later pluk ik de Vrij Nederland uit het rek bij Albert Heijn. ‘Is de Creatieve Klasse nog te Redden’ kopt de cover groot in. Het artikel zelf steekt nog onheilspellender van wal: ‘de Neergang van de Creatieve Klasse: de Kolenbranders van Morgen’. Journalist Annemiek Leclaire begint met de voorspelling van Richard Florida in zijn ‘The Rise of the Creative Class’ dat de creatieve klasse de motor van de economie zal worden. Goed om te duiden dat de creatieve klasse door Florida ruim wordt geïnterpreteerd. Ook onder andere journalisten en advocaten worden door socioloog en econoom Florida tot deze groep gerekend. Leclaire vervolgt dan met een niet aflatende klaagzang over de teloorgang van de klassieke creatieve beroepen. En ze heeft gelijk, het gaat niet overal goed en dat is sneu voor mensen die jarenlang met veel plezier goed werk hebben gedaan dat nu niet meer rendeert.

Leclaire stipt aan dat er een transitie plaatsvindt, maar verzuimt om zich er in te verdiepen. Ook hier geen woord over nieuwe ontwikkelingen in de creatieve industrie zoals de opkomst van game design, social design, retail design, service design en het succes en stevige groei van digital design. Interessante initiatieven als de smart highway van Daan Roosegaarde en de firma Heijmans alsmede het groeiende leger start-ups dat hard werkt aan innovaties worden genegeerd. De samenwerking van de creatieve industrie met de wetenschap in de vorm van kersvers kennisinstituut CLICKNL en de erkenning van de creatieve industrie als topsector komen niet aan bod. De muziekindustrie die zich met succes lijkt te transformeren en de architecten die de weg naar het buitenland weten te vinden zijn even over het hoofd gezien.

Kan allemaal gebeuren, maar waar ik me vooral erg kwaad over maak is het feit dat Vrij Nederland de hele sector gemakzuchtig pootje licht met een tendentieuze omslag terwijl de cijfers (tot en met 2011) laten zien dat er groei zit in de sector. Dit alles heb ik maar eens uitgebreid op Twitter geslingerd. Hoofdredacteur Frits van Exter reageerde vrijwel onmiddellijk en gaf toe: hij kende de cijfers niet.

Bombarie in de haven!

Excuses voor mijn gemor. Dat is geheel tegen mijn gewoonte in. Ik heb de eindredactie ook gevraagd om het een beetje af te zwakken. Met dank daaraan, het was dus nog erger hè. Het is duidelijk dat de serieuze media geen goed beeld hebben van de creatieve industrie. Tegelijkertijd willen ze er wel op meeliften (VK) maar hebben ze geen zin om zich er in te verdiepen (VN). Ze dragen echter wel bij aan een eenzijdige beeldvorming en daar word ik heel erg sikkeneurig van, omdat het simpelweg niet klopt. Ik heb een voorstel: als er weer zoiets gebeurt, dan rennen we met z’n allen naar de tijdschriftenwinkel. We kopen de oplage op en gaan die met veel bombarie in de hens steken ergens in de haven. Dan weet ik zeker dat de media geïnteresseerd zullen zijn in het verhaal achter deze actie. In elk geval hebben we dan een hoop lol.

Jeroen van Erp

Links:
De creatieve industrie in cijfers
Wat andere sectoren kunnen leren van de muziekindustrie
Versnipperde creatieve industrie zoekt kansen (Financieel Dagblad)
Dutch Creative Council